Friese beroepsbevolking in 2040 met kwart gedaald, Infrastructuur is maar deel van probleem

Foto: Sietse de Boer

HEERENVEEN - De Lelylijn en het bijbehorende Deltaplan voor het Noorden. Iedereen die het afgelopen half jaar de Friese media ook maar met één oog heeft gevolgd, ziet de onderwerpen regelmatig voorbijkomen. 

Het noordelijke bestuur hoopt op een flinke make-over. In een serie artikelen kijkt GrootHeerenveen verder. Naar de achtergronden van de ontwikkelingen en naar de mogelijke impact op de infrastructuur, de woningbouw, de economie en de natuur. In de derde aflevering: de economie. Friesland staat voor een complexe opgave: jongeren trekken weg, op zoek naar een opleiding of werk, terwijl de Friezen die blijven alsmaar ouder worden. Om vacatures te vullen zijn nieuwe of terugkerende Friezen nodig, bij voorkeur jonge gezinnen. Maar hoe krijg je zoiets voor elkaar? En wat nou als we niets doen? Voor dit artikel sprak GrootHeerenveen met bestuurders, academici en ondernemers over krimp, de Friese economie en het deltaplan.

Het illustere duo vergrijzing en ontgroening waart al enige tijd rond op het platteland. De 'demografische transitie' die we doormaken is dan weer boeman, dan weer een natuurlijk, onontkoombaar verschijnsel. Moet de regio zich ertegen verzetten, of juist eraan toegeven? En wat zou het deltaplan op dit vlak kunnen betekenen? Wouter Marchand van het Fries Sociaal Planbureau: “Het is niet goed of slecht, maar het trekt zeker een zware wissel.”

Krimp: het woord galmt al een poos door de wandelgangen van Friese gemeentehuizen. Hoewel sociale voorzieningen zoals scholen, politiebureaus en winkels vanaf de jaren tachtig al langzaam uit sommige dorpen verdwenen, bleef de bevolking gestaag groeien. Totdat pakweg in het jaar 2000 de groei op bepaalde plekken begint af te vlakken of zelfs geheel stagneert. Voor een ambtenarenapparaat volledig ingericht op vermeerdering, vergroting en uitbreiding, lijkt krimp een existentiële dreiging.

Het is een woord dat in plattelandsgebieden zo belangrijk is, maar krimp wordt vaak niet of onduidelijk gedefinieerd. "Sommige mensen denken bij krimp aan spookdorpen waar amper nog mensen wonen. Zo zit het niet in elkaar", legt Bettina Bock uit. Zij werd in 2015 aangesteld als bijzonder hoogleraar bevolkingsdaling en leefbaarheid aan de RUG. "Krimp betekent niet hoofdzakelijk dat er ergens minder mensen zijn, maar vooral dat de plaatselijke bevolking een andere samenstelling krijgt."

Meer tachtigplussers

Het Noorden kan wat dat betreft rekenen op een ingrijpende verschuiving. "Het percentage oudere bewoners loopt op van twintig naar dertig procent", aldus professor Bock. "Dan hebben we het niet alleen over vijfenzestigplussers. Ook tachtigplussers zullen in aantal flink toenemen." In de kleine dorpen, waar de supermarkt en huisarts al lang zijn verdwenen, kunnen de senioren minder goed terecht. "Dus dan verhuizen ze naar plekken waar ze geen auto nodig hebben. Dat hoeft niet Leeuwarden te zijn, een plek als Dokkum kan bijvoorbeeld net zo goed."

Volgens de huidige prognose voor 2040 neemt het aantal Friezen met twintigduizend af. Maar wat meer telt is de leeftijd: ruim een derde is dan met pensioen. "Die ontwikkeling an sich is niet goed of slecht te noemen. Voor de economische vitaliteit is het echter wel belangrijk dat de bevolking qua leeftijd gemengd blijft", licht Bock verder toe. Wouter Marchand, onderzoeker bij het Fries Sociaal Planbureau, is het met haar eens. "Maar wát er precies zal gebeuren als de bevolking zo sterk veroudert, is echt heel moeilijk te zeggen."

Wazig beeld

Marchand ging onlangs met twintig andere onderzoekers en bestuurders de samenwerking aan om te modelleren wat de demografische prognoses concreet betekenen voor het toekomstige Friesland. "Het hangt al zo lang boven de arbeidsmarkt, maar eigenlijk is het beeld nog heel wazig." Toch zijn de huidige statistieken helder genoeg: het aantal banen in Friesland groeit maar door - met zo'n vijftigduizend de afgelopen twintig jaar - terwijl het aantal werkende Friezen alsmaar afneemt.

"Die twee ontwikkelingen kunnen zich niet op hetzelfde tempo doorzetten", merkt Marchand op. Wat nou als ze het wél doen? "Dat is betrekkelijk simpel: dan worden vacatures niet meer gevuld." Bedrijven trekken weg en vestigen zich elders, op plekken waar genoeg arbeidskrachten te vinden zijn. Volgens huidige trends is de Friese beroepsbevolking in 2040 met bijna een kwart geslonken: een vooruitzicht dat moeilijk verenigbaar is met een gezond bedrijfsleven.

Tekort werknemers

"Zeker, met een deltaplan kun je zulke sombere toekomstscenario’s voorkomen. Maar het is niet iets van de toekomst, het tekort aan werknemers is nu al een serieus probleem" stelt wethouder Jaap van Veen nuchter. Op het gemeentehuis in Heerenveen legt hij uit hoe kritisch de situatie nu al is. "Ik heb de laatste tijd wekelijks bedrijven aan tafel zitten die hier geen werknemers kunnen vinden. En weten ze wel iemand van elders aan te trekken, dan vindt diegene met geen mogelijkheid een huis."

Van Veen staat hierin niet alleen. Gedeputeerde Avine Fokkens ziet hetzelfde probleem al enige tijd: "De rechtbank, het ziekenhuis, de huisartsenpraktijk, de Friese Academie - ze kampen allemaal met een tekort aan geschikt personeel." Hoogopgeleide Friezen om útens keren na hun studie maar mondjesmaat terug, omdat ze dikwijls een partner hebben die dan ook een baan moet vinden in het Noorden. "Als je partner dan met een Lelylijn nog in het westen kan blijven werken, maak je die overstap makkelijker."

Van laag tot hoog

De openstaande vacatures zijn echter allang niet meer uitsluitend voor medisch specialisten, juridische hoogvliegers of academici. Van Veen merkt in zijn gemeente dat allerhande bedrijven naarstig op zoek zijn naar werknemers. "Je ziet het tekort tegenwoordig in elke sector. Zorg, onderwijs, bouw. Van laag- tot hoogopgeleid. Er is bijna geen branche die er niet op een of andere manier mee worstelt."

Daar waar bijvoorbeeld de bouw nog overgeleverd is aan de grillen van de economie en de arbeidsbehoefte sterk kan schommelen, is de zorg verzekerd van een gestage groei. In een krimpend Friesland is het tevens een van de kwetsbaarste sectoren. "De vraagkant is in de zorg namelijk heel anders", legt Marchand van het Fries Sociaal Planbureau uit. "Een alsmaar groter stuk van de bevolking zal door de vergrijzing zorg nodig hebben, maar dat betekent tegelijkertijd dat het aanbod van beschikbare arbeidskrachten afneemt."

Grote zorg heerst bij bedrijven die nu al met lede ogen toekijken hoe bepaalde vacatures maar niet gevuld worden. Het dwingt sommige werkgevers tot de nodige creativiteit. "As der hjir gjin ôfstudearre studinten binne dy't foar je oan de slach gean kinne, dan moatte je se sels ophelje", vertelt Binne Visser van Philips. Hij is tevens voorzitter van Innovatiecluster Drachten, een netwerk van hightechbedrijven verspreid over het Noorden.

Safari

Bij gebrek aan een constante toevoer aan afgestudeerden - van mbo tot universiteit - is het bedrijvenverband begonnen regelmatig een zogeheten 'safari' te organiseren. "We stjoere dan in bus om studinten fan bygelyks de universiteit fan Delft nei Fryslân te heljen, en litte se in stik as wat bedriuwen sjen." De Lelylijn zou voor de Philipsman een goede ontwikkeling zijn, mits groot aangepakt en deel van een bredere strategie. "Sa'n trein moatte je trochlûke nei bygelyks Bremen, oars is it heal wurk. En njonken ynfra, moatte we ynvestearje yn skoallen."

Alle noodgedwongen creativiteit ten spijt zullen de arbeidstekorten aanhouden en zelfs toenemen wanneer de vergrijzing en ontgroening zo doorzetten. Maar moet dit dan ook koste wat kost worden tegengegaan? Jouke van Dijk, professor regionale arbeidsmarkten aan de RUG, is er helder over. "It is in kwestje fan wat je wolle mei de regio. As je sizze: 'Wy fine it prima dat der foaral âlde minsken wenje en de ekonomy net in soad foarstelt', dan kinne je dêrfoar kieze. Dat is demokrasy."

"Mar as je je der net by dellizze wolle, dan moatte je al yngripe en ynsette op wurk en wenjen - tegearre mei ynfrastruktuer", aldus Van Dijk, die ook voorzitter is van de Sociaal Economische Raad Noord-Nederland. "Ferbining is hartstikke wichtich en rint yn it Noarden achter. It OECD hat dat yn in rapport ek sein oer Nederlân. Wêrom soe de regio net meiprofitearje mei de rêst fan it lân?"

Tij keren

Alleen met nieuwe Friezen en terugkerende Friezen om útens lijkt het mogelijk om het demografische tij te keren, en daarmee de Friese economie door te laten groeien. Bereikbaarheid en betaalbare huisvesting zijn daarbij leidend volgens experts. Maar wat nou als er niet voor een dergelijk importscenario wordt gekozen, of juist wél maar zonder succes?

De gemeenteraad van Opsterland liet het onderzoeken door het FSP. Aan de hand van vier mogelijke toekomstbeelden wordt geschetst hoe de gemeente er over twintig jaar uit kan zien. Twee van de scenario's houden rekening met gestage krimp, de andere twee kijken naar verschillende maten van bevolkingsuitbreiding.

Bij een aanhoudende krimp verwacht het FSP dat winkels en bedrijven verder uit de kleine dorpen zullen verdwijnen. Gorredijk groeit verder doordat voorzieningen zich er concentreren, terwijl in de kleine woonkernen inwoners ‘met kunst en vliegwerk het dorps- huis en het verenigingsleven overeind [houden].’ De plaatselijke bibliotheek en supermarkt zijn ingeruild voor een SRV2.0 en de kroeg is gesloten bij gebrek aan jeugd.

Afhankelijkheid

De tastbare gevolgen van krimp - het verdwijnen van voorzieningen - is maar één deel. Daartegenover staat dus de toenemende afhankelijkheid van betrokken, actieve burgers: het sociaal-culturele budget van de gemeente is dermate geslonken dat de dorpsgemeenschappen zelf voor (zorg)initiatieven verantwoordelijk zijn. In 2040 is de dorpeling dus mantelzorger, bibliothecaris en bestuurder tegelijk.

"Friesland kenmerkt zich nu al door een hele hoge mate van vrijwilligerswerk, de echte mienskip, en dat rust heel zwaar op de schouders van ouderen", vertelt onderzoeker Wouter Marchand. "Het is echt het bindweefsel van de samenleving." Wanneer echter het leeuwendeel van de senioren naar de grotere woonkernen zou trekken om dicht bij voorzieningen te wonen, is het de vraag of de grote vraag naar vrijwilligerswerk in dorpen houdbaar is.

Lange termijn

Wethouder Hartogh Heys van Smallingerland benadrukt de risico's van beleid dat niet actief krimp vermijdt. "Alleen een sterke gemeente kan ook een sociale gemeente zijn. Je moet zorgen voor reuring en werkgelegenheid, wil je ook je eigen sociale domein kunnen onderhouden." Voor de wethouder is een blik op de lange termijn nu onmisbaar. "De angst dat het hier te druk wordt, begrijp ik. Maar de dingen die je nu dierbaar zijn, moet je over twintig jaar ook nog kunnen financieren."

Anko Postma, wethouder in Opsterland, stemt daarmee in. "Natuurlijk wil je je gemeente behouden, met alle rust en ruimte en het groen. Vooral met al onze bossen en natuurgebieden is dat prioriteit." Postma kijkt echter net zo goed ver vooruit. "Het moet wel een landschap zijn waar geleefd en gewerkt kan worden, niet alleen een natuurpark dat mooi is om naar te kijken." Juist voor het groene schoon moet worden gevochten: “Het onderhoud van onze natuur - van beheerders tot boeren - moet over twintig jaar ook iemand doen."

Wie pakt trein?

De hamvraag is natuurlijk of een deltaplan met grootschalige woningbouw en een verbeterde treinverbinding dé manier is om krimp te bestrijden. Volgens Wouter Marchand is het succes niet verzekerd: "Het is ook echt maar net wie zo'n trein gaat nemen, en wie hier komt wonen. Als dat vooral senioren zijn, dan schiet je daar uiteindelijk niet veel mee op."

De economische motivatie voor het deltaplan berust dus grotendeels op voorspellingen. Een paar fundamentele maatschappelijke vraagstukken onderliggen dit dossier: is Friesland zich voldoende bewust van een toekomst met aanhoudende krimp? Moet krimp koste wat kost worden tegengegaan? Hoe ziet Friesland en de Friese economie eruit wanneer één op de drie Friezen met pensioen is?

Regeren is vooruitzien, en in dit geval kunnen alle modellen, prognoses en scenario's geen eenduidig antwoord opleveren. Er zijn slechts een paar zekerheden. De leeftijd van de gemiddelde Fries stijgt rap, net zoals het aantal vacatures en de benodigde uitgaven in het sociale domein. In het provinciaal bestuursakkoord uit 2019 wordt krimpbestrijding nadrukkelijk genoemd. Maar hoe dat het beste lukt? "Eenieder die denkt dat de Lelylijn zoiets oplost, die gelooft in een illusie. Dat is maar één onderdeel van een veel complexer vraagstuk."

Dit artikel is mede tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. De serie artikelen is een gezamenlijk initiatief van Sa!Media, Actief Media en Ying Media (Groot Heerenveen). De eerder verschenen artikelen zijn terug te vinden op sa24.nl.

Verschil geboorte- en sterftecijfer loopt op

Het aantal inwoners van Friesland ligt al enige tijd vrij stabiel rond de 650.000. In de naoorlogse periode, tot aan 2010, kende de provincie net als de rest van het land een explosieve groei: van 460.000 naar het huidige aantal. Sinds de jaren negentig worden jaarlijks minder Friezen geboren en sterven er gestaag meer. Dit betekent dat – na een immigratiepiek in de jaren negentig – de bevolkingsgroei de laatste twintig jaar schommelde van positief naar negatief. Het Centraal Bureau voor Statistiek schat in dat nog ruim vóór 2030 de geboorte- en sterftecijfers in Friesland flink uiteen beginnen te lopen. Waar nu jaarlijks drie- à vierhonderd meer Friezen overlijden dan er worden geboren, loopt dit al rap op naar een verschil van tweeduizend per jaar. Tegenwoordig heeft één op de tien Friezen een migratieachtergrond. De helft van is niet-Westers. De grootste groepen inwoners met een migratieachtergrond komen uit Duitsland, Indonesië, Suriname, Syrië en de Antillen. Dit beeld verschilt wezenlijk van het landelijk gemiddelde, waar relatief méér mensen een Turkse of Marokaanse migratieachtergrond hebben.

Minder actief in verenigingsleven

Van sportclubs tot ouderenverenigingen, van liefdadigheidsorganisaties tot dorpsfeestbesturen. In het gemiddelde Friese dorps is er genoeg te beleven, participeren en meebesturen. Het Fries Sociaal Planbureau (FSP) houdt de deelname van Friezen aan het verenigingsleven nauwkeurig in de gaten. Uit een eerder dit jaar gepubliceerd rapport blijkt dat tussen 2012 en 2019 de deelname aan het verenigingsleven met zo’n 13% afnam. Dit was het sterkst in de leeftijdsgroepen 25-30 jaar (-30%) en 75+ (-14%). Daarnaast nam het aantal actieve leden, dat wekelijks aan activiteiten van een vereniging deelneemt licht af (-2%).

Zo’n kwart van de sportverenigingen, hoofdzakelijk in krimp- en plattelandsgebieden, omschrijft zichzelf als financieel niet gezond. Culturele verenigingen staan er nog slechter voor: bijna de helft zegt met financiële tekorten te kampen of dat te verwachten. Deze problematiek vertaalt zich in gelijke mate naar de bezorgdheid van de verenigingsleden. Zo’n kwart tot wel veertig procent van de leden maakt zich serieuze zorgen over de toekomst van hun vereniging.

Door: Allart van der Woude




Koop lokaal - bij onze vrienden

Agenda Heerenveen

Wees loyaal – aan onze vrienden