Fedde Pronk van The Green World Company: “Wij zijn van ‘Tom Poes verzin een list’…”

Foto: Laura Keizer Fotografie

HEERENVEEN - Fedde Pronk is een wereldburger. Hij is geboren en getogen Sneker, woont in Heerenveen en doet sinds 2017 vanuit ‘zijn’ The Green World Company, samen met ‘maat en partner’ Jeroen Veenema zaken in heel Nederland en in het Caribisch gebied. 

Zaken op het gebied van hernieuwbare energie. Waarbij hij zijn kerncompetentie - kennis van financiële structuren - koppelt aan die van anderen, die zijn gespecialiseerd in die eerdergenoemde hernieuwbare energie. Pronk is ook een ‘klusjesman op niveau’, die in zijn werkzame leven tot nu toe de nodige (interim)functies heeft vervuld in organisaties die onder invloed van te turbulente bestuurlijke ontwikkelingen, de verkeerde kant op dreigden te gaan. Een portret van Fedde Pronk.

Fedde Pronk

Fedde Pronk kwam in de Elfstedenwinter van 1963 ter wereld in het Gereformeerd Verpleeghuis in Sneek. Zijn vader, technisch tekenaar, overleed toen Fedde drie jaar oud was, zodat hij daar helaas geen herinneringen aan heeft. Willem Tjerkstra, de man met wie zijn moeder negen jaar later hertrouwde, vervulde die rol met verve. Willem Tjerkstra is auteur en onder meer winnaar van de Gysbert Japicx Priis. Hij is de oudere broer van de Jouster en Langweerder skûtsjeschipper en oud-schipper van het Statenjacht, Friso Anne Tjerkstra. “Ik heb Willem Tjerkstra altijd als mijn heit beschouwd en voor mijn kinderen is hij pake”, zegt Fedde Pronk.

Universitaire studie met een omwegje

Na de lagere school, ‘het Bogerman’ en PA De Him in Sneek zette Fedde zijn studie voort aan de Rijks Universiteit Groningen; theoretische pedagogiek, filosofie en onderwijskunde. “Mijn moeder zei aan het begin van mijn studie nog: ‘Der staat vier jaar foor, dan doest dat ok mar’. En zo geschiedde; ik ben afgestudeerd in 1985. Via het arbeidsbureau, ik was inmiddels getrouwd met Henriette uit Wommels, kon ik terecht bij ‘De Baak’, het opleidingscentrum van VNO-NCW: een gewenste wetenschappelijke carrière was midden jaren 80 helaas niet mogelijk. Vrij vlot daarna werd ik door Piet Plantinga ‘gerekruteerd’ om bij hem te komen werken in zijn transportbedrijf, PAX in Leeuwarden. Dat was een periode die ik me herinner als één van de mooiste in mijn werkzame leven. Met de ‘poten in de klei’ en zo nu en dan vieze handen maken. Daar heb ik acht jaar met bijzonder veel plezier gewerkt. ‘Baas Piet’ was een heel bijzondere man en een markant ondernemer. Streng, maar rechtvaardig. Ik wilde graag door in de financiële kant van het bedrijf, maar dat vond Baas Piet op dat moment geen goed idee. Dus heb ik in 1996 gesolliciteerd bij de Rabobank in Heerenveen en afscheid genomen van PAX.”

De ‘Pronkjes’ naar Heerenveen

Pronk moest daarvoor verhuizen van Sneek naar het werkgebied van de bank, dus naar Heerenveen. Kon vrij snel carrière maken bij de bank. Van accountmanager, via hoofd van de afdeling zakelijke relaties, directeur zakelijke relaties en assurantiën tot algemeen directeur. Na veertien jaar Rabo was in 2010 de tijd rijp om wat anders te gaan doen. Lachend: “Dat vonden sommige mensen binnen de Rabobank kennelijk ook en we zijn niet op een heel plezierige manier uit elkaar gegaan. Maar ik heb er later vrede mee gekregen. Ik dacht al een tijdje na over een eigen onderneming in de duurzaamheidssector. In de opbouwfase daarvan hield ik tijd over om er dingen naast te doen.

Ik werd Commissaris bij Sportstad Heerenveen. De zittende directeur van Sportstad bleek in de optiek van de RvC, de raad van commissarissen, niet de juiste man op de juiste plaats, zodat aan mij werd gevraagd om als ‘interim’ een paar maanden ‘op Sportstad te passen’, tot de rust was weergekeerd. Het dossier bleek achteraf toch iets gecompliceerder dan gedacht, zodat ik daar tot 2017 parttime directeur ben geweest. De rust was toen weergekeerd en Rinse Bleeker, met wie ik al jaren samenwerkte, nam definitief het stokje over. Dat kon hij stukken beter dan ik overigens: de juiste man op de juiste plaats. Hij kent de organisatie door en door en heeft meegebouwd aan het succes ervan.”

Hoe karakteriseer jij jezelf als ondernemer?

“Anderen, wier mening ik waardeer en respecteer, hebben over mij wel eens gezegd dat ik volstrekt onafhankelijk in het leven sta, zowel geestelijk als materieel. Dat wil zeggen dat als ik een bepaalde mening heb, ze met verrekt goede argumenten moeten komen om mij van mening te doen veranderen. Als jouw beleving van de problematiek niet meer overeenkomt met die van de meerderheid, vind ik dat je daar consequenties aan moet verbinden en plaats moet maken voor een ander. Zo is het ook gegaan bij sc Heerenveen, toen ik voorzitter van het stichtingsbestuur was. We hadden op een gegeven moment een volstrekt andere relatie tot de werkelijkheid en dat werkte niet. Zaken op z’n beloop laten en hopen op betere tijden is niet mijn ding: optreden of aftreden, zo simpel is het.

Ik ben veeleisend, zowel voor mijzelf als ook voor anderen. En zoals gezegd, geestelijk en materieel onafhankelijk. Dat maakt het niet altijd voor iedereen even gemakkelijk om met mij samen te werken, maar wel duidelijk; dat heb ik in diverse stadia van mijn werkzame leven meegemaakt. Ik denk wel dat ik een rustbrenger ben in een organisatie, maar voordat het zover is, moeten er soms in de ogen van anderen minder sympathieke maatregelen worden genomen. Als de juiste man niet op de juiste plaats zit, is het de taak van een toezichthouder om te zorgen dat daar, zonder aanziens des persoons, verandering in komt. Dat is een wijsheid die ik heb geleerd van de voorzitter van de raad van commissarissen van Rabobank Nederland, professor Lense Koopmans.”

The Green World Company

“Na Sportstad kon ik me met ziel en zaligheid storten op de duurzaamheidsmarkt; dat doe ik samen met Jeroen Veenema uit Oppenhuizen. ‘The Green World Company’ is daarvan het resultaat. Wij zijn beiden voor 50% aandeelhouder. Wij kennen elkaar van de Solar Challenge. Jeroen is de architect van de Young Solar Challenge boot en is gepokt en gemazeld in concepten rond zonnepanelen en opslag van energie. Een advies- en toezichtklus voor een zonnepark op Saba hebben we samen opgepakt. Ons bedrijf was aanvankelijk gevestigd in Heerenveen; later hielden wij kantoor bij Unique Lights in Sneek, waar ik twee jaar directeur ben geweest. Nu zijn we ‘vol gas’ bezig met de opbouw van The Green World Company in een prachtig gerestaureerde boerderij aan de Leidekkersstraat in Sneek.”

Wat heeft corona voor jullie betekend?

“Wij waren beiden in het buitenland - Jeroen bij ons project op Saba, het ontwerp en toezicht op de aanleg van een groot zonnepark, en ik op Curaçao - toen corona in volle hevigheid losbarstte. Vanaf Curaçao vloog de KLM nog wel op Nederland, maar vanaf Saba werd dat precair. Ik zei tegen Jeroen: ‘Maak dat je daar wegkomt’. Hij heeft volgens mij op dat moment alles uit zijn handen laten vallen en is op het laatste vliegtuig gestapt dat vanaf Saba vertrok. Een dag later en hij had daar vastgezeten. In juli zijn we teruggegaan en hebben we met ontheffing en vanuit een quarantainesituatie het project kunnen afronden. Maar zolang het luchtruim voor ons grotendeels op slot zit, richten we onze aandacht vooral op onze Nederlandse activiteiten. Daar hebben we een aantal projecten ‘in ons mandje’, waarvoor al subsidie is toegezegd. En dat verzacht de pijn.

Als ondernemer is dit een rotperiode, anders kan ik het niet noemen. Er vallen klappen en het einde daarvan is nog niet in zicht. Zodra de belastingdienst zegt: ‘Het wordt tijd dat de opgeschorte bedragen betaald gaan worden’, heb je de poppen pas goed aan het dansen. Jeroen en ik hebben The Green World Company met eigen middelen gefinancierd en we hebben geen bankschulden, dat scheelt. Daarnaast opereren we in een sector die de komende decennia een goed perspectief biedt. Maar een groot deel van de pijn van deze crisis wordt door de ondernemers gedragen. En totdat de crisis bedwongen is worden de beslissingen genomen door bestuurders die elke maand keurig rond de 24e hun salaris krijgen overgemaakt. Begrijp me goed, dat gun ik ze van harte, maar ik verbaas me wel eens over het beperkte afwegingsperspectief dat de ‘boven ons gestelden’ - lees landsbestuurders, het kabinet - hanteren.”

Wanneer begon hernieuwbare energie voor jou te leven?

“Dat was al in mijn Rabo-periode. Ik had samen met enkele kennissen privé een paar windmolens. Ik geloof niet dat de belangrijkste drijfveer op dat moment het milieu was. Het was vooral financieel aantrekkelijk. En we deden er niets verkeerds mee voor het milieu. Juist die combinatie van financiële structuren en iets nieuws, wat duurzaam was, vond ik interessant. En dat begon mij steeds meer te intrigeren. Je komt in aanraking met mensen die daar veel meer van weten dan ik, zoals Jeroen Veenema en er vindt op een min of meer organische manier een bundeling van krachten plaats. 

Ik vind hernieuwbare energie een prachtige sector waarin wij ons, daar geloof ik vast en zeker in, een mooie plaats kunnen verwerven. Het is bovendien een groeimarkt, waarin overigens duurzaamheid bij ons niet ten koste van alles gaat. Wil het duurzaam zijn, dan moet het niet alleen goed voor het milieu zijn, maar ook voor de ondernemer renderen, daar zijn wij broodnuchter in. Daarnaast vergt het met name voor de kleinere spelers ‘out of the box’ denken om met de enorm kapitaalkrachtige organisaties op deze markt te kunnen concurreren. Door bijvoorbeeld projecten te ontwikkelen waarbij asbesthoudende daken worden gesaneerd en daarna worden voorzien van zonnepanelen, laten we het mes milieutechnisch aan twee kanten snijden.

Een ander concept dat we hebben bedacht is het drijvende zonnepark op waterbassins. Minder verdamping, minder algengroei. Dat is op zich niet nieuw, maar wel als je de constructie van een – gepatenteerd - aluminium frame maakt, dat 100% recyclebaar is. Een gevalletje dus van: ‘Tom Poes verzin een list’.”

Door: Wim Walda