Dichter, schrijver en filosoof Freeyad Ibrahim: “Zonder vrijheid van meningsuiting ben ik als een vogel met gebroken vleugels”

Foto: Wim Walda

HEERENVEEN - Freeyad Ibrahim Rasool Heij, dichter, schrijver, filosoof, oorspronkelijk afkomstig uit Koerdisch Irak, woont al ruim vijfentwintig jaar in Friesland, dat hij als zijn nieuwe thuis is gaan beschouwen. 

In zowel regionale als landelijke media verschenen columns van zijn hand over de cultuurverschillen tussen zijn geboorteland en Nederland. “Ik moet schrijven. Want zonder vrijheid van meningsuiting ben ik te vergelijken met een vogel met gebroken vleugels.” Is getekend, Freeyad Ibrahim uit Heerenveen.

Freeyad Ibrahim kwam ter wereld in 1951, als derde van de acht kinderen Heij, in het dorp Diana. Bij de grens met Turkije en Iran, zo’n tachtig kilometer ten noorden van de stad Erbil in Koerdistan, Irak. Zijn vader was leraar Engels en zijn moeder huisvrouw.

Kinderjaren in een ‘Land van Melk en honing’

Freeyad: “We woonden in een bergachtig gebied, met veel waterbronnen en een rijke flora en fauna. Er heerste een heerlijk klimaat met lange lentes en zomers, waarbij de temperatuur niet boven de dertig graden kwam. Heerlijk, bijna altijd zon. De dorpsbewoners maakten uit melk hun eigen biologische zuivelproducten: yoghurt, kaas, boter. Ook waren er wijngaarden en een keur aan boomgaarden met fruitbomen. Het leven was eenvoudig, we waren tevreden met weinig.

Mijn vader was de directeur van de school en bevriend met de moellah van de moskee en de pastor van de christenen, die de helft van de dorpsbevolking uitmaakten. We leefden in harmonie met elkaar. De christenen hielden hun erediensten in alle rust en vrijheid in hun eigen kerkgebouw, de moslims in de moskee. Mijn jeugd was onbezorgd, met veel vrijheid en liefde voor de natuur.”

Wat heb jij met literatuur?

“Op de middelbare school was ik leergierig. Ik hield van literatuur: Arabisch, Koerdisch en Farsi, de taal van buurland Iran. Op mijn achttiende ging ik naar de universiteit van Bagdad, waar ik een Master Degree in Oosterse letterkunde haalde en een aanstelling als docent Engels kreeg. Ik had toen veel tijd om te reizen en de mooiste natuurgebieden te bezoeken. Op mijn dertigste vond mijn familie dat er een vrouw voor mij gezocht moest worden. Ik vond dat ik dat zelf wel kon, maar na enige tijd bleek dat ik de verkeerde keuze had gemaakt; we gingen uit elkaar. De familie heeft toen mijn huidige vrouw Sana voor mij gekozen. Een topkeuze.”

Wanneer en waarom ben jij naar Nederland gekomen? 

“In de tachtiger jaren van de vorige eeuw veranderde het leven. De oorlog met Iran brak uit. Arabië werd een kruitvat, critici werden monddood gemaakt, zodat ik op een gegeven moment besloot te vluchten, omdat het leven onmogelijk werd. Een gewoon mens heeft eten en drinken nodig om te leven, maar mijn dringende behoefte om te schrijven was voor mij een eerste levensbehoefte. Eind vorige eeuw ben ik naar Nederland gekomen. Alleen, omdat het voor mijn gezin te riskant was.

Vanaf het eerste moment hield ik van de Nederlandse taal, het klonk als muziek in mijn oren, vooral de heldere stemmen van jonge meisjes en vrouwen. Ik probeerde vanaf de tweede week die taal te leren, maar dan op mijn eigen manier door zinnen te lezen, te herhalen en vervolgens te imiteren. En door te praten met mijn nieuwe landgenoten. Elke keer als ik iemand tegenkwam, begroette ik hem of haar met ‘hallo’, zittend op mijn tweedehands fiets. Daarom heb ik mijn eerste boek ‘Hallo op de fiets’ genoemd. Ten aanzien van mijn schrijfwerk ben ik heel veel dank verschuldigd aan Janne Heide, die toentertijd in Franeker woonde. Ze heeft mijn columns geredigeerd en was mijn steun en toeverlaat bij het leren van de grammatica. Daarnaast heeft ze mij geholpen om een mooie woning in Heerenveen te vinden.”

Hoe heb je de asielprocedure ervaren?

“Ik vind het nog steeds moeilijk om over de asielprocedure te praten. Ik was in de hel van minister Job Cohen en later Rita Verdonk beland. Ik deelde negen maanden een bungalow met zeven jongeren. Ze maakten dag en nacht herrie, draaiden keiharde muziek, dronken alcohol tot in de ochtend, maakten ruzie met elkaar, schreeuwden. Kortom, ik werd ziek door slapeloosheid en stress. Ik werd in het ziekenhuis van Emmen opgenomen voor onderzoek en behandeling. Eindelijk rust en aandacht. Ik smeekte God dat ik nooit beter zou worden.

Mijn dichtader ging weer open en ik begon voor lokale kranten schrijven. Over Honden, Blonden, Fietsen, Het weer van Piet Paulusma, Onsterfelijke vrouwen, over het Oranje Complex, over Wim Kok, Koningin Beatrix die precies op mijn tante leek, over Sinterklaas, over Integratie en over de Bokken van de Schapen scheiden, Koeien en Koeien van Waarheid… enzovoorts.“                               

Hoe verliep je asielaanvraag?

“Als dikke stroop. Ik wisselde van de ene naar de andere advocaat en reisde daarvoor het hele land door. Ik schreef talloze brieven naar allerlei overheidsinstanties om mijn gezin naar Nederland over te laten komen. In zeven jaar tijd heb ik honderden brieven van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst, de IND, en van mijn advocaten en van de gemeente ontvangen. Meerdere malen werd mijn aanvraag afgewezen. En ging ik weer in beroep. Ik heb met mijn columns ook ‘bokken van schapen gescheiden’.”

Cum laude geslaagd, maar nul op het rekest

“Na negen maanden in het AZC ben ik verhuisd naar een kamertje in een flatgebouw in Bolsward. Daarna kreeg ik een woning in het dorpje Welsrijp toegewezen. Om de verveling te verdrijven ging ik bijna dagelijks op de fiets naar Harlingen, Leeuwarden, Menaldum, of Sint Annaparochie. Onderweg maakte ik kennis met de mensen. Ik fietste overdag met mooi weer, maar ook in het donker, bij regen, vorst, sneeuw en harde wind… niks kon me tegenhouden. Het was vechten voor een gezond leven en een gezonde geest. Door de gemeente werd ik aangespoord om een baan te zoeken, nadat ik cum laude voor het staatsexamen in Leeuwarden was geslaagd. Dat heb ik twee jaar geprobeerd, maar overal kreeg ik nul op rekest. Men vroeg naar documenten, naar studie-certificaten uit het land van herkomst en die had ik in de hectiek van mijn vlucht niet meegenomen.”

Koerdisch gezegde

“Toen ik voor het eerst na drie maanden mijn vrouw aan de lijn had, klonk haar stem boos. Dat ik al die tijd niks van me had laten horen, en dat ik nog niets had gedaan voor gezinshereniging. Ik herinnerde me op dat moment een Koerdisch gezegde: ‘Die ver is van het slagveld heeft een scherp zwaard.’ Ik stond zwaar onder druk. De gemeente stelde eisen, de klachten van mijn vrouw en mijn ziekte. Want door de onbarmhartige omstandigheden tijdens mijn vlucht had ik een nierontsteking opgelopen. Ik had geen rust, was bang en onzeker. De stem van mijn vrouw zoemde onophoudelijk door mijn hoofd: ‘De kinderen zijn ziek, ons zoontje is zwaar mishandeld door onbekenden, ik ben bang dat de veiligheidsdienst hierachter zit’. Ik raakte in een depressie en ik zocht mijn toevlucht in schrijven en fietsen; twee wonderlijke middelen.”

Hereniging 

“Het heeft uiteindelijk vijf jaar geduurd voordat ik mijn gezin hiernaartoe over kon laten komen, dat was een feest. Ik werkte ondertussen als vertaler. Mijn vrouw integreerde snel en kon zich al gauw redden in de taal, maar voelde zich niet prettig in het kleine dorp. We hebben ons toen ingeschreven bij Accolade Heerenveen en kregen daar een woning toegewezen. Inmiddels is mijn zoon Ibo Heij een bekende architect, mijn dochter Nora Heij is apotheekster, de tweede zoon Furat Heij doet bouwwerk en mijn jongste dochter Jasmina Heij zit in klas vier van de mavo. Ik ben dus een trotse vader.”

Mis je je thuisland?

“Ik mis alleen de bergen en de zon. Mijn eerste dertig levensjaren waren mooi, maar daarna heb ik geen dag rust en vrede meer gehad. Anders denken brengt problemen met zich mee; een confrontatie met jezelf en anderen. Door het bewind van Saddam werd mij de mond gesnoerd en werden er pogingen gedaan om mij op te pakken, omdat ik een paar revolutionaire gedichten vanuit het Koerdisch in het Engels had vertaald. Ezels en honden waren gelukkiger dan ik in die periode, waarin ik veel hartverscheurende gebeurtenissen heb meegemaakt. Nu ik midden tussen een volk leef, waarvan de mensen bijna allemaal vredig en geletterd zijn, heb ik voor een groot deel het vertrouwen in de mensheid teruggekregen. Ik heb weer energie. En dat heeft geresulteerd in mijn nieuwste roman ‘Het huis met drie muren’.”

‘Het huis met drie muren

Een mix van humor, reality, feiten en mythes over de islamitische cultuur. Dat is ‘Het huis met drie muren’. Een eigen versie van iconen uit wereldliteratuur, van ‘Lolita’ en ‘Animal Farm’ tot ‘Sons and Lovers’ en ‘Honderd jaar eenzaamheid’. Een vertelling, die niet zou misstaan in de fabelreeks ‘Sprookjes van 1000-en-1-nacht’. De lezer maakt kennis met de puber Hamko, die een wellustig oog heeft voor zijn moeder Miriam. Op haar beurt wreekt Miriam de verwaarlozing door haar man Mustafa met haar liefde voor de muziekleraar annex minnaar van haar dochter. O, wrede speling van het lot! Ook pater familias Mustafa, een man van gezag en aanzien, lijdt onder de strenge wetten en regels van de maatschappij; hij moet alle zeilen bijzetten om zijn gezin in het gareel te houden. Toch volhardt hij in zijn heimelijke ambitie: uit het ei van een prehistorische vogel wil hij een stimulerend middel ontwikkelen, duizend keer krachtiger dan viagra...

Door: Wim Walda