Bert Witteveen en Janny van der Heide-Reijenga: “As ik de toer mar sjoch…”

Foto: Mustafa Gumussu/FPH

ALDEBOARN - Bert Witteveen (80) en Janny van der Heide-Reijenga (70) uit Aldeboarn. Twee dorpsgenoten die bijna twee jaar lang werkten aan een boek over hún dorp. 

Ze interviewden 75 dorpsbewoners, wat resulteerde in het 456 pagina’s tellende boek ‘As ik de toer mar sjoch... Aldeboarn yn 75 libbensferhalen’. 75 interviews over liefde en verdriet, over carrière maken en spijt. Het boek werd 25 september jongstleden gepresenteerd in de Doelhôfkerk in Aldeboarn. Niet alleen de verhalen in het boek zijn bijzonder, ook de auteurs zelf. Zonder enige journalistieke ervaring leverden ze een meesterwerk af!

Bert Witteveen en Janny van der Heide-Reijenga

Het idee om een boek te schrijven over de inwoners van Aldeboarn is afkomstig van Bert Witteveen, die in 1985 vanuit Oudega, destijds gelegen in de gemeente Wymbritseradiel, naar Aldeboarn verhuisde, wat toen nog Oldeboorn heette. “In 2005 is er een boek uitgekomen waarin zeventig inwoners van Oudega, Idzega, en Sandfirden aan het woord kwamen”, vertelt Bert Witteveen. “Ik vond dit een heel mooi scenario en het leek me leuk om ook een boek over de inwoners van Aldeboarn te maken. Ik heb Janny van der Heide-Reijenga als compagnon gevraagd.” “Ik moest er eerst over nadenken,” zegt Janny eerlijk, “maar toen ik hoorde dat het boek in het Fries geschreven moest worden, werd ik enthousiast. Ik besloot eerst één artikel te schijven om uit te zoeken of ik het echt leuk zou vinden. En dat bleek het geval.”

75e Gondelvaart

Het was de bedoeling om het boek tijdens de 75ste Gondelvaart in 2020 te presenteren. “Daarom wilden we 75 dorpsbewoners aan het woord laten”, zegt Bert Witteveen. “Helaas is de gondelvaart door corona al twee keer uitgesteld. We hebben besloten om niet tot volgend jaar te wachten met de uitgave van het boek.”

De gondelvaart en Aldeboarn zijn volgens de twee auteurs onlosmakelijk met elkaar verbonden. Janny: “De gondelvaart zorgt echt voor verbinding in Aldeboarn. Van heinde en verre komen mensen hier op af. Juist door de gondelvaart zijn we zo’n hecht dorp. Een geïnterviewde vertelt in het boek dat het meerwaarde heeft om in Aldeboarn te wonen. Om een gondel te bouwen moet men naar elkaar luisteren, met de verschillende karakters van de buurtbewoners en of je nu arm of rijk bent, samenwerken. Samen moeten de belangen worden afgewogen, besluiten worden genomen om tot een mooie gondel te komen. Samenwerking is absoluut noodzakelijk. Zo ervaar ik dat zelf ook.”

“Aldeboarn is een hecht dorp, maar dan moet je je daar wel voor openstellen”, vult Bert aan. “Als er iets in het dorp georganiseerd wordt, dan moet je er bij zijn. Als je altijd thuis blijft, dan wordt het niets”, zo weet hij uit ervaring. “Ik voel me nu echt een  Boarnster.” Datzelfde geldt voor Janny. “Oorspronkelijk kom ik uit Abbega, dat destijds óók in Wymbritseradiel lag. In 1984 ben ik hier samen met mijn man gaan wonen. Ik voel me hier thuis.”

Het verhaal van Helga uit Wenen

In ‘As ik de toer mar sjoch...’ wordt ook aandacht besteed aan de historie van het dorp. Er staan verhalen in over hoe mensen in de jaren vijftig, zestig en zeventig leefden. Oudere geïnterviewden vertellen hoe het was in de oorlog. Zo sprak Janny met Helga Folkertsma, die in 1938 in Wenen is geboren, maar al meer dan 65 jaar in Aldeboarn woont.

Janny vertelt: “Haar ouders vluchtten met drie kleine kinderen tegen het einde van de oorlog naar Duitsland. Ze hebben een zeer gevaarlijke treinreis meegemaakt. Het zusje van Helga had tbc. Daarom heeft haar moeder na de oorlog gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar in Leeuwarden te laten ‘opweidzjen’, te laten herstellen. Daar in Leeuwarden woonde in de weekeinden ook Paulus Folkertsma, schoolmeester en componist uit Aldeboarn. Helga en Paul kregen een relatie. ‘We hadden een groot leeftijdsverschil, maar mijn moeder heeft de verkering nooit afgeraden’, vertelde Helga tijdens het interview, met respect en waardering voor haar moeder.”

Selectie

Naast de geschiedenis worden nog veel meer andere thema’s behandeld, benadrukt Janny. “Het zijn allemaal heel persoonlijke verhalen over liefde en verdriet. Over hoe het was op school, het carrière maken, maar bijvoorbeeld ook over spijt. Het enthousiasme voor sport en de inzet om het dorp op de kaart te zetten. We laten ook jongere inwoners aan het woord, die hun visie geven over de huidige tijd. Zoals het gevaar van social media en de impact van corona.”

De twee auteurs hebben beiden een selectie gemaakt van mensen die volgens hen een mooi verhaal te vertellen hadden, maar benadrukken meteen dat het net zo goed 75 andere inwoners van Aldeboarn hadden kunnen zijn, want die hebben evengoed een verhaal. “Als agrariër vond ik het erg leuk om boeren aan het woord te laten”, legt Bert zijn keuzes uit. “Maar daarnaast heb ik ook andere mensen gesproken”, voegt hij er snel aan toe. “Ouderen, jongeren, boeren, huisvrouwen, mensen uit het bedrijfsleven, iedereen komt erin voor. Eén ding hebben ze allemaal met elkaar gemeen; ze voelen zich verbonden met Aldeboarn.”

Kor uit Amerika

De 75 interviews hebben prachtige verhalen opgeleverd. Het meest bijzondere interview vindt Bert het gesprek dat hij online hield met Kor Mulder, een Boarnster boer, die jaren geleden naar Amerika is geëmigreerd. Het interviewen via een webcam leverde geen problemen op. “Het leek of Kor naast me zat. We zijn allebei boer en hadden heel wat te bespreken. Na afloop van de livestream uitzending van de boekpresentatie in de kerk belde Kor mij op en vertelde dat hij emotioneel was geworden bij het speciale woordje voor hem en ook bij het zien van zoveel bekende dorpsbewoners.”  

Gezellige gesprekken en verhalen met diepgang

De interviews vonden plaats bij de mensen thuis. De geïnterviewden mochten zelf kiezen waarover ze wilden vertellen. Janny: “Om te beginnen stelde ik vragen over de kinderjaren, school en de carrière. Ook vroeg ik wat de mensen mooi vinden en of het leven zin heeft. Die laatste vraag vonden sommigen lastig, maar dat zorgde voor meer diepgang in de verhalen.” aldus Janny.

Bert interviewde volgens eigen zeggen niet rechtstreeks. “Ik ging naar de mensen toe en dronk met hen een kopje koffie en daarna soms een borreltje. Ik maakte er een gezellig gesprek van over van alles en nog wat. Ik noteerde altijd de kernwoorden en die ging ik vervolgens thuis uitwerken.” 

Daarna hanteerden schrijvers ongeveer dezelfde werkwijze: Ze werkten de interviews uit en maakten een nieuwe afspraak om het verhaal voor te lezen. “De mensen mochten dan wijzigingen doorgeven, die we in de tekst verwerkten. Daarna gaven we de nieuwe tekst en kreeg men nog één keer de gelegenheid om correcties aan te geven.” De meeste dorpsbewoners gingen heel snel akkoord, is zijn ervaring. “Een enkeling deed er wat langer over.”

Twee jaar aan gewerkt

Er wordt in het boek ook aandacht besteed aan bedrijven die vroeger in Aldeboarn gevestigd waren of er nog steeds zijn. Bert: “Zoals bijvoorbeeld de boerenfamilie die hier vanuit Scharnegoutum kwam wonen. Ze zijn met één kalfje begonnen en zijn heel langzaam gegroeid naar een melkveebedrijf met tweehonderd koeien.”

In totaal hebben Bert Witteveen en Janny van der Heide-Reijenga bijna twee jaar aan het boek gewerkt. “Dat komt vooral door corona, anders was het boek minimaal een half jaar eerder klaar geweest”, meent Bert. “Van maart 2020 tot de tweede helft van juli 2020 konden we geen interviews houden. Dat heeft alles behoorlijk vertraagd.” “Ondanks dat het werken aan het boek veel tijd heeft gekost, voelde het helemaal niet als veel werk”, vindt Janny. “Wij vonden het gewoon ontzettend leuk om te doen.”

Heel blij is ze met al die dorpsbewoners, die belangeloos aan de totstandkoming van het boek hebben meegewerkt. “Harm Mulder heeft de meeste foto’s gemaakt. Daarnaast hebben ook Manon van Althuis, Wim Scholte en Sjoukje Reijenga gefotografeerd. Alian Akkermans heeft al onze teksten doorgelezen en gecorrigeerd. Ook Eize van der Sluis en Sippy Huisman hebben een groot deel van de verhalen grondig gecontroleerd. Laure Spriensma heeft ons ontzettend geholpen, onder meer met het verkrijgen van subsidies. Daar heeft ze echt een persoonlijke uitdaging van gemaakt. Dankzij Laure heeft de gemeente Heerenveen, naast andere subsidiegevers ons royaal bijgestaan.”

Boekpresentatie

Over de titel van het boek hoefde Bert Witteveen niet lang na te denken. “Mensen uit het dorp reizen overal naar toe. Als ze weer naar huis gaan, zien ze de markante kerktoren al van verre. Dat geeft een gevoel van thuiskomen: ‘As ik de toer mar sjoch’. De scheve toren van Aldeboarn is echt beeldbepalend in het Friese landschap.”

De boekpresentatie op 25 september in de Doelhôfkerk werd een groot succes. Janny: “Het was een prachtig feest. In de kerk heeft burgemeester van der Zwan het eerste boek uitgereikt aan Lykele van der Ven, voorzitter van de Aldheidskeamer. Het was die dag heerlijk weer en op weg naar huis zagen we al vele dorpsbewoners zittend op een bankje voor hun huis ons boek te lezen. Een half uur na de presentatie kwamen op Facebook de eerste lovende reacties binnen. Daar werden we helemaal blij van.”.

Bert Witteveen vindt het best een beetje jammer dat het werk er nu op zit. “Ik kan het bijna niet geloven. Ik ben maar een gewone boerenjongen. Ik vind het bijzonder dat we op deze leeftijd zonder journalistieke achtergrond erin geslaagd zijn een boek te schrijven. Het interviewen was erg leuk om te doen.”

 Ook al gaat het boek echt alleen over de inwoners van Aldeboarn, tóch is het volgens Janny van der Heide-Reijengaook voor een veel groter publiek geschikt. “Het boek gaat over momenten uit het leven, die voor heel veel mensen herkenbaar en interessant zijn.”

De Ynbring

Het boek ‘As ik de toer mar sjoch... Aldeboarn yn 75 libbensferhalen’ van Bert Witteveen en Janny van der Heide-Reijengais uitgegeven door Uitgeverij Bornmeer. Het boek is voor de winkelprijs van € 24,90 te koop in Aldeboarn zelf, bij De Ynbring, Andringastrjitte 21.

Door: Wendy Noordzij




Koop lokaal - bij onze vrienden

Agenda Heerenveen

Wees loyaal – aan onze vrienden